Chronische aandoeningen van de lagere luchtwegen bij de kat
(Astma bij katten)

 
 

 

De term chronische aandoeningen van de lagere luchtwegen bij de kat omvat een scala aan ziekten van de lagere luchtwegen (bronchiën en bronchiolen). Andere veel gebruikte termen zijn chronische bronchitis, allergische luchtwegaandoeningen, allergische bronchitis en astma.

In sommige gevallen zien we overeenkomsten met astma bij mensen, daardoor wordt vaak gesproken over ‘astma bij katten’, hoewel er bij de meeste gevallen bij de kat geen causaal verband met een allergie bewezen is. Inhalatie van irriterende stoffen zoals pollen, sigaretten rook, stof en huishoudelijke schoonmaakproducten in sprayvorm worden nogal eens genoemd als mogelijke oorzaak.

De lagere luchtwegen reageren op een irriterende stof met een contractie van het gladde spierweefsel in de bronchiën om te voorkomen dat de irriterende stof dieper in het longweefsel terecht kan komen. Tevens wordt er slijm geproduceerd om de irriterende stof te vangen en er wordt een hoest opgewekt om de irriterende stof naar buiten te werken.
Contractie van het gladde spierweefsel (bronchoconstrictie), slijmproductie en de ontstekingsreactie van de luchtwegen dragen allen bij tot een vernauwing van de luchtwegen met als resultaat een bemoeilijkte ademhaling.

Kunnen alle katten deze ziekte ontwikkelen?

Katten van elke leeftijd, ras of geslacht kunnen chronische luchtwegaandoeningen ontwikkelen, hoewel we de ziekte het meest frequent zien bij katten van jonge tot middelbare leeftijd. Siamezen lijken gepredisponeerd voor het ontwikkelen van deze ziekte.

Welke symptomen zien we bij de kat?

De symptomen variëren van chronisch hoesten, eventueel gepaard gaand met een fluitende of piepende ademhaling tot een plotselinge aanval van heftige benauwdheid zonder voorafgaande symptomen. Er kan ook een verhoogde ademhalingsfrequentie ( > 30-40 ademhalingen per minuut) of inspanning bij de ademhaling (vooral bij uitademen) worden waargenomen.
De symptomen kunnen aanvalsgewijs optreden, maar ze kunnen ook vrij mild zijn waardoor ze mogelijk een tijd lang onopgemerkt blijven voor de eigenaar.

Hoe wordt de diagnose gesteld?


Andere ziekten zoals bacteriële infecties, vreemde lichamen, hartaandoeningen, luchtwegparasieten en longkanker kunnen gepaard gaan met overeenkomstige symptomen en daarom is het noodzakelijk om deze ziekten uit te sluiten, voordat de diagnose chronische aandoening van de lagere luchtwegen gesteld wordt.

Er dienen röntgenfoto’s van de borstholte gemaakt te worden, waarop meestal een verdikking van de wanden van de bronchiën te zien is en tevens ‘air trapping’. Air trapping treedt op, omdat ingeademde lucht niet meer uitgeademd kan worden ten gevolge van de bronchoconstrictie. Door dit fenomeen raken de longen overvuld met lucht en toont het longveld op de röntgenfoto groter dan normaal. We zien de genoemde afwijkingen echter niet bij alle katten met deze ziekte; de röntgenfoto’s kunnen ook een normaal beeld tonen.

Een andere diagnostische techniek die zinvol kan zijn is bronchoscopie. Dit is een techniek waarbij een endoscoop in de luchtwegen wordt ingebracht, die het mogelijk maakt een direct beeld van de luchtwegen te krijgen. Een overmaat aan slijm, ruwheid en roodheid van de lagere luchtwegen kan worden waargenomen bij katten met chronische lagere luchtwegaandoeningen, hoewel ook bij deze techniek het beeld grotendeels normaal kan zijn. Om een bronchoscopie bij katten uit te voeren moet een heel kleine maat endoscoop gebruikt worden, daarom wordt deze diagnostische techniek vrijwel alleen door specialisten toegepast.

Spoelingen van de luchtwegen (bronchioalveolaire lavage) kunnen worden gebruikt voor cytologisch onderzoek onder de microscoop (ontstekingscellen, kankercellen, bacteriën) of voor bacteriologisch onderzoek (kweek). Meestal zullen in deze spoelingen een grote hoeveelheid ontstekingscellen gevonden worden bij katten met chronische aandoeningen van de lagere luchtwegen.

Hoe wordt deze luchtweg aandoening behandeld?

1.) Ontstekingsremmers

Het afremmen van de ontstekingsreactie in de luchtwegen is het meest essentiële onderdeel van de behandeling. Corticosteroïden zijn krachtige ontstekingsremmers en deze middelen worden dan ook gebruikt om dit doel te bereiken. De behandeling met corticosteroïden kan op verschillende manieren worden toegepast:

  • Systemisch – in de vorm van tabletten (bv. prednisolon) of injecties (bv. dexamethason). In het verleden werd deze ziekte altijd behandeld met tabletten of injecties. Maar de behandeling moet levenslang worden gegeven en een langdurige behandeling met dit soort medicijnen kan gepaard gaan met bijwerkingen in de vorm van verhoogde eetlust, toegenomen drinken en urineren, gewichtstoename, diabetes mellitus (suikerziekte) en een dunne fragiele huid.
  • Via inhalatie (bv. fluticason)

Recentelijk worden steeds meer inhaleerbare steroïden gebruikt. Het grote voordeel van deze methode is, dat de medicijnen rechtstreeks in de longen terecht komen, dus daar waar ze nodig zijn. Er is echter geen absorptie in de rest van het lichaam, waardoor de genoemde bijwerkingen bij langdurige behandeling niet optreden.

2.) Bronchodilatoire middelen

Medicijnen die helpen om de luchtwegen te verwijden worden in combinatie met corticosteroïden gebruikt. Ook deze medicijnen kunnen op twee manieren worden toegediend: systemisch via orale route of injectie (bv. terbutaline) of locaal via inhalatie (bv. salbutamol).

3.) Slijmoplossende middelen

Bij sommige katten is een overmatige slijmproductie een probleem. De toevoeging van een slijmoplossend middel (bv. broomhexine) aan het voedsel kan behulpzaam zijn voor deze katten.

4.) Vermijd contact met irriterende stoffen

Maatregelen om ernstige irritatie van de luchtwegen te voorkomen kunnen eveneens behulpzaam zijn bij de behandeling van deze aandoening. Zo valt er bijvoorbeeld te denken aan het stoppen met roken binnenshuis of het vermijden van het gebruik van huishoudelijke schoonmaak sprays in huis. Het gebruik van kattenbak strooisel dat niet teveel stuift kan ook een groot verschil maken.

De inhaler voor de kat

Er is een speciale inhalatie kamer ontworpen voor het toedienen van inhalatie medicijnen aan katten (voor meer informatie zie www.aerokat.com). Aan het ene eind van deze kamer kan de inhaler bevestigd worden en aan het andere eind van deze kamer is een beademingsmasker bevestigd (zie fig. 1). Een of twee ‘puffs’ worden in de kamer gebracht en dan wordt de kat met de snuit in het beademingsmaker gehouden voor 7-10 seconden (zie fig. 2). Deze procedure wordt meestal 2 x daags toegepast. Katten tolereren deze procedure opvallend goed; bij de meeste katten gaat het zelfs gemakkelijker dan tabletten toedienen.

Hoe is de prognose?

De prognose voor deze aandoening is afhankelijk van de ernst van de ziekte en van de periode tussen het ontstaan van de aandoening en de start van de behandeling. Hoewel de meeste katten goed reageren op de behandeling, kunnen acute ernstige aanvallen fataal zijn als een behandeling niet snel genoeg wordt ingezet. Verder kan er, in het geval van chronische problemen en een te lang uitgestelde behandeling, een irreversibele verbindweefseling van de luchtwegen optreden.

Hoe wordt de inhalatie therapie toegepast bij katten?

 

Het toedienen van een dosis inhalatie medicijnen aan een patiënt gaat als volgt:

  1. Bevestig de MDI (metered dose inhaler) aan de AeroKat unit
  2. Houd de unit met het beademingsmasker over de snuit van de kat
  3. Produceer een puff (druk de MDI in) om een dosis van de medicijnen in de kamer in te brengen
  4. Laat de kat 10-15 x ademhalen met het masker over de snuit

Sommige katten hebben er een hekel aan als de puff geproduceerd wordt, terwijl ze de unit met het beademingsmasker al over de snuit hebben. In dat geval kunnen de medicijnen reeds in de kamer gebracht worden, voordat het masker over de snuit wordt gezet. Waarschijnlijk zal er op deze manier een lagere dosis van de medicijnen in de luchtwegen terecht komen, waardoor in sommige gevallen, een tweede dosering gegeven moet worden voor voldoende effect.

Aan katten die twee puffs nodig hebben, moet de tweede puff separaat van de eerste puff gegeven worden (dus opnieuw stap 1 t/m 4 volgen).

Welke medicijnen en doseringen?

  1. Bronchodilatoire middelen: β 2-adrenerge middelen zoals salbutamol en albuterol zijn het meest gangbare om te gebruiken. Deze middelen beginnen na toediening al snel te werken (5-10 minuten) en werken relatief kortdurend (2-4 uur), hetgeen betekent dat ze gebruikt kunnen worden op indicatie alsmede in noodgevallen. Er zijn eveneens langer werkende bronchodilatoire middelen (bv. salmeterol – effectief na 15-30 minuten, werkzaamheid langer dan 12 uur) verkrijgbaar. Het gebruik van deze middelen kan zinvol zijn als therapie bij katten die een langer durend bronchodilatoir effect nodig hebben.

  2. Corticosteroiden: Fluticason propionaat twee maal daags gedoseerd is de meest gangbare therapie. Het is een corticosteroid met een krachtige werking maar vrijwel geen systemische absorptie en dus geen systemische bijwerkingen. Goedkopere corticosteroiden (bv. beclomethason dipropionaat) kunnen ook gebruikt worden, maar deze middelen hebben in hoge doses toch ook systemisch effect. MDI’s met hoge doseringen van deze middelen (gemiddeld 200-200 mg/puff) worden gebruikt bij katten (1-2 doses per dag) maar deze dosering kan worden verlaagd op effect.

Aanbevolen doseringen:

  • Milde gevallen: Fluticason (110 μg / puff sterkte MDI). Geef 1 puff twee maal per dag met salbutamol (100 μg / puff sterkte) op indicatie (dus indien nodig).
  • Ernstigere gevallen: Fluticason (250 μg / puff sterkte). Geef 1 puff twee maal per dag met salbutamol op indicatie (dus indien nodig). Bij aanvang van de behandeling, kan het zinvol zijn om tevens oraal prednisolon voor te schrijven (starten met 1-2 mg/kg/dag en daarna een afbouwende dosering in een periode van 2 weken), omdat de inhalatie therapie met corticosteroïden tijd nodig heeft om optimaal effectief te worden.
  • Acute spoedgevallen: zuurstof therapie, intraveneus corticosteroïden (bv. prednisolon natrium succinaat 30 mg/kg) en terbutaline (0,01 mg/kg). Bijwerkingen zijn erg zeldzaam bij gebruik van deze middelen. Het gebruik van β 2-adrenerge middelen kan gepaard gaan met excitatie, anorexie en spiertrekkingen/tremoren.

Waar zijn de AeroKat units verkrijgbaar?

AeroKat units worden gemaakt door Trudell Medical in de USA (www.aerokat.com, E-mail: MFoley@trudellmed.com).

Ze zijn in Europa verkrijgbaar via de UK bij:
BreathEazy Ltd
8 Woodford Road
South Woodford
London E18 2BH
Phone: 0870 236 8010
Fax: 0870 236 8011
E-Mail: sales@Breatheazy.co.uk
website: www.breatheazy.co.uk and www.felineasthma.co.uk

 

vertaling januari 2007

sharing information for the good of cats

NVK is a member of FVF

©This information sheet is produced by the Feline Advisory Bureau

The Feline Advisory Bureau is the leading charity dedicated to promoting the health and welfare of cats through improved feline knowledge, to help us all care better for our cats. Currently we are helping almost 4 million cats and their owners a year. If this advice has helped you care better for your cat please enable us to help others by making a donation. To do this you can either click here or send a cheque to the address below (made payable to ‘Feline Advisory Bureau')

FAB, Taeselbury, High Street, Tisbury, Wiltshire, UK, SP3 6LD

www.fabcats.org

 

Registered Charity No: 1117342