| |
De term ‘eosinofiel granuloom complex’ verwijst naar een groep van huidaandoeningen bij de kat. Deze wordenveroorzaakt door een ontsteking van de huid die vaak begint en verergert door het aanhoudend likken door de kat van de huid. De term is geen specifieke diagnose maar een beschrijving van de verschijnselen met drie afzonderlijke klinische vormen. Deze zijn de eosinofiele ulcus, eosinofiele plaque en het eosinofiel granuloom. Elk van deze klinische vormen heeft zijn eigen kenmerken, maar het zijn allemaal huidreacties als gevolg van een onderliggende oorzaak. In sommige gevallen kan de huidaandoening minder ernstig zijn en kan vanzelf verdwijnen om nooit meer terug te komen. Het kan echter ook een blijvend probleem worden welke veel ongemak en weefselschade bij de kat teweeg kan veroorzaken. Een eigenaar is vaak (begrijpelijk) verontrust door de aangetaste plekken en het constante likken eraan door de kat.
De nogal klinische naamgeeft een feitelijke beschrijving van het probleem. Eosinofiele granulocyten zijn witte bloedcellen die gemobiliseerd worden door het immuun systeem om een invasie van pathogenen op de plek van een infectie te bestrijden, of om te reageren op de aanwezigheid van een lichaamsvreemde stof. De eosinofielen worden naar een bepaalde plek in de huid gestuurd en een ontsteking zal optreden. Als ze hun werk hebben gedaan en de huid verlaten, zal de ontsteking verdwijnen. Incidenteel blijven de eosinofielen voor een langere periode aanwezig en door deze blijvende ontsteking zal een verdikking van de huid ontstaan die gepaard kan gaan met jeuk. Deze verdikking van de huid kan zich verder ontwikkelen tot een granuloom, een type huidverandering dat lijkt op een zwerende verhevenheid.
Eosinofiele ulcus
Wordt ook indolente of ‘rodent’ ulcus (zweer) genoemd. De zweer kan voorkomen op de bovenlip in de buurt van de bovenste hoektanden, heeft verhoogde randen en is gelig-roze van kleur. Ondanks dat de zweren er zeer pijnlijk uitzien, lijkt de kat er geen jeuk of pijn aan te hebben. De plek kan beginnen als een verdikking maar zich vervolgens ontwikkelen tot een zweer en zich richting de neus uitbreiden door het aanhoudend likken van de kat. Het likken met de ruwe kattentong kan zelfs meer schade veroorzaken dan de ontsteking zelf. Er zijn enige aanwijzingen die erop wijzen dat dit een allergische reactie op vlooien of een andere allergische aandoening is. Er kan mogellijk ook een genetische component meespelen. In vele gevallen is het moeilijk om de oorzaak te vinden en kan de aandoening als idiopatisch (zonder aanwijsbare oorzaak) worden aangeduid.
Eosinofiele plaque
De eosinofiele plaque komt meestal voor in de vorm van een verhoogde, harde en schilferige zweer op het lichaam, vaak op de buik of aan de binnenkant van de dijen. De beschadiging van de huid kan verergerd zijn door het likken aan de plek door de kat. Deze vorm van de aandoening wordt vaker gezien bij jonge katten (2-6 jaren oud) en kan in verband worden gebracht met een allergische reactie op vlooien, voedsel of andere omgevingsallergenen.
Eosinofiel granuloom
Eosinofiel granuloom wordt ook wel collagenolithisch of lineair granuloom genoemd. Bij deze vorm wordt het collageen (de bindweefeselachtige structuur die stevigheid en elasticiteit aan de huid verschaft) beschadigd. Er lijkt geen voorkeur voor ras, leeftijd of geslacht te zijn en de beschadigingen veroorzaken geen jeuk. Huidplekken kunnen afzonderlijk of gegroepeerd voorkomen. De plekken kunnen over het gehele lichaam worden gevonden, maar meestal langs het midden van de voorpoten en als een strook van verhoogde haarloze veranderingen langs de achterkant van de dijen, in een patroon veroorzaakt door het likken.
Een andere vorm van het eosinofiel granuloom komt voor op de kin en onderlip. De neus, snuit, oren en de overgang van de voetzolen en de behaarde huid kunnen ook aangetast zijn. De voetzolen kunnen ge-ulcereerd en gezwollen zijn en daarnaast kan er ook pigmentverlies optreden.
Beschadigingen van de huid zijn meestal rood, verheven en haarloos met een korrelige structuur. Ook in de bek kunnen beschadigingen aanwezig zijn. Mogelijke oorzaken voor deze afwijkingen zijn overgevoeligheid voor vlooien, voedsel of omgevingsallergenen. In de Verenigde Staten, Australië, Nieuw- Zeeland en Japan worden deze beschadigingen ook wel gezien als een reactie op muggenbeten – als de kat in een insectvrije omgeving gehouden worden knapt deze echter snel weer op.
Diagnose
Om de diagnose vast te stellen is het meestal nodig om een huidmonster te nemen, bijvoorbeeld een dunne naald aspiratie-biopt (cellen uit het aangetaste gebied gezogen met een naald) of bij voorkeur een huid-biopt. Dit is nodig om andere mogelijke aandoeningen uit te sluiten zoals, kanker, abces, reactie op een vreemd voorwerp of een schimmelinfectie. Het weefsel zal karakteristieke veranderingen behorend bij eosinofiel granuloom complex vertonen.
Behandeling
Behandeling van de aandoening is afhankelijk van de uitgebreidheid van het probleem. De (mogelijke) oorzaak van het probleem moet worden uitgesloten met behulp van een vlooienbehandeling en een testdieet (of een eliminatiedieet). Een reactie op vlooien is relatief makkelijk te behandelen, maar het uitzoeken van een voedselallergie is moeilijker.
Kleine plekken waar de kat geen last van heeft kunnen onbehandeld worden gelaten om vanzelf te genezen. Wanneer de ziekte uitgebreider is, kan er antibiotica voor een periode van drie tot zes weken worden voorgeschreven. Mocht dit niet helpen, dan kunnen corticosteroïden gegeven worden in de vorm van een injectie of tabletten. De dosering van de corticosteroïden kan vervolgens langzaam worden afgebouwd. Katten verdragen corticosteroïden relatief goed en hebben meestal geen last van dezelfde bijwerkingen zoals mensen of honden. Antihistaminica kunnen ook overwogen worden, maar in chronische gevallen moeten gewoonlijk corticosteroïden gegeven worden als de onderliggende oorzaak niet gevonden of beheerst kan worden. Als er geen verbetering optreedt dan kan een behandeling overwogen worden gericht op het onderdrukken van het immuunsysteem van de kat. Sommige beschadigingen kunnen operatief verwijderd worden of, indien beschikbaar, met behulp van cryochirurgie, laser chirurgie of stralingstherapie. Een andere mogelijke behandeling is toediening via de bek of met voedsel van essentiële vetzuren gedurende 4-6 weken, en daarna te evalueren of er een gunstig effect heeft plaatsgevonden.
vertaald januari 2007.
|